Boetes

Het is weer eens zo ver, ik heb mijn bankrekening wederom tot het uiterste gedreven deze zomer. Morgen keer ik weer terug naar huis, naar Florence, en heb vriendin Georgia al gevraagd om langs te komen (en iets sterks mee te nemen) om me gezelschap te houden bij het openen van de opgestapelde energierekeningen. Het is niet zo -ja hoor, eigenlijk wel- dat ik buitensporig veel uitgegeven heb deze zomer. Ik heb gewoon veel boetes gehad.

In Rome rijdt iedereen zwart in het openbaar vervoer. Dat werd me in ieder geval verteld. Je kunt buskaartjes namelijk vaak niet bij bushaltes kopen dus veel mensen gaan gewoon zitten. Er wordt wel degelijk gecontroleerd, maar zeer sporadisch. En na Covid nog minder. Zo heb ik anderhalf jaar lang nooit een kaartje gekocht en werd nooit gecontroleerd.

In Florence bleek dat anders te zijn. Op een regenachtige dag zat ik namelijk in de tram en gebeurde dat wel. Wat een geluk, dacht ik nog, dat ik wél een kaartje gekocht had. Vol opluchting gaf ik hem dan ook aan de conducteur. Hij bekeek mijn kaartje aandachtig en zei “hij is niet gestempeld.” Ik antwoordde met een slecht geacteerde “o,” lachte schaapachtig en stamelde dat ik niet wist dat dat moest. Ik wist het wél, maar dacht dat ik toch niet gecontroleerd zou worden. In de romanversie van de werkelijkheid zou ik als blonde vrouw in Italië overal mee wegkomen. Maar de realiteit was dat ik negentig euro direct met pin moest betalen en mijn eerste multa, boete, een feit was.

Nog geen drie dagen later, dit is eigenlijk helemaal niet relevant voor de openbaar vervoerslijn in dit verhaal maar wel noodzakelijk om meer medelijden te genereren, kreeg ik nog een boete. Dit keer omdat ik DRIE JAAR GELEDEN een foto van een PORTUGESE VIS (ik kan op dit moment alles wat met Portugal en vissen te maken heeft niet meer verdragen) van Google had gebruikt op mijn toenmalige website. Vijfhonderd euro.

Een week later nam ik de bus naar Siena. Ik kocht een kaartje voor een specifiek tijdstip en slingerde anderhalf uur door het Toscaanse landschap. De halte voordat ik uit moest stappen kwam er een conductrice mijn kaartje controleren. Er schoot me ineens te binnen dat ik niet gestempeld had. Als je nu zou beginnen over iets met een ezel en een steen zou ik je direct van deze pagina wegstemmen. Maar dit kaartje was voor een specifiek tijdstip dus het moest vast goed komen. Dat kwam het natuurlijk niet. Of ik wederom de negentig euro direct wilde pinnen. Ik was zo vreselijk kwaad, op Italië, op stempelapparaten, op de bureaucratie, op de twee centimeter kleine sticker op de busdeur, op de fotografe van de Portugese vis maar bovenal en vooral op mezelf. Dus deed ik wat hier als oplossing voor elk dagelijks leed wordt gezien: schelden. Daarna heeft er nog kort een soort van recalcitrante wegloop actie plaatsgevonden tot de conductrice zei “SIGNORA, chiamo la polizia” oftewel, “ik bel de politie.”

Met staart tussen de benen betaalde ik nogmaals de negentig euro en bood mijn excuses aan. “Ik begrijp het hoor” zei ze. Ze vroeg met een blik vol medelijden waar ik vandaan kwam. Toen ik antwoordde dat ik uit Nederland kwam zei ze: “je bent hier te lang geweest, je reageert hetzelfde als wij Italianen. Ga terug naar huis.”

Previous
Previous

Tutto Passa

Next
Next

Chiuso per Ferie