Sneeuw

Echt koud is het in Florence zelden. Toen het eindelijk wél echt koud begon te worden was ik op een middag bij mijn kapper. Mijn kapper zit tegenover de supermarkt en heeft een afschuwelijk blauw maar iconisch jaren zeventig interieur inclusief tijdschriftenmap en een schaaltje zuurtjes naast de bank waar je op je beurt wacht. Ik vroeg mijn kapper of het wel eens sneeuwde in Florence. De vorige nacht had ik over sneeuw gedroomd en kon nergens anders meer aan denken. Ik ben gek op sneeuw. Maar het stokoude dametje aan de andere kant van de zaak hees haar droogkap af om mijn vraag te beantwoorden. ‘Sneeuw? Ben je mal. Ik ben nog vaker getrouwd geweest dan dat het gesneeuwd heeft in Florence.’

Met een nieuw kapsel maar ook met staart tussen de benen belde ik met mijn relatie: ‘waarom bestaat er niet een soort Narnia-kledingkast waarin je even een dagje sneeuwengelen kunt maken,’ jengelde ik als een ontevreden kleuter. De volgende dag stuurde hij me een foto van een livecam in een natuurgebied tussen Toscane en Emilia-Romagna. Wat ik zag was sneeuw. Heel veel sneeuw. Meters hoog misschien wel. ‘Narnia gevonden. Als je morgen vroeg je wekker zet gaan we hierheen,’ appte hij.

Dus de volgende ochtend stond ik al om half zeven bij mijn koffiebar. De koffiebar-mevrouw keek een beetje verbaasd naar mijn ingepaktheid. Maar goed, ze kon ook niet weten dat ik naar de sneeuw zou gaan. Anderhalf uur lang reden we over bergweggetjes zonder ook maar een sneeuwvlok te zien, maar toen we boven de 1000 meter kwamen was het zo ver: sneeuw. Alles was bedekt met een dikke laag sneeuw.

Alle bomen en zelfs de meest kleine takjes waren bedekt. De zon scheen waterig en urenlang banjerden we door de krakende sneeuw. Halverwege kwamen we een groepje oude Alpinisten tegen waarvan er één op een klein gasbrandertje in een redelijk grote pan polenta aan het roeren was. Iconisch. Alles in Italië is gewoon iconisch.

Rond lunchtijd klopten we aan bij een besneeuwde Rifugio. Rifugio’s zijn een soort ouderwetse berghutten waar je kunt eten en kunt slapen. Ik ben gek op Rifugio’s. Het is een nieuwe hobby. Eten in Rifugio’s bedoel ik dan. Er zijn altijd groepen oudjes, er zijn bergbeklimmers, er zijn dampende borden pasta, er zijn vergeelde foto’s van bergtoppen en er hangen ski’s aan de muur, je kunt er niet pinnen. Het is er iconisch. Punt. Nu was dat ook het geval; een reusachtige openhaard, een grote tafel met etende bejaarden en een silver fox die eng veel op Giorgio Armani leek, zat in een hoek aan een glas rode wijn te nippen. Met een zwarte koltrui en zonnebril op. Tweemaal moest ik erop gewezen worden dat ik naar hem en zijn Sankt Moritz-achtige uitstraling aan het staren was. Het eten was meer dan geweldig: knapperig brood met gebakken porcini, ravioli gevuld met ricotta en verse kruiden met ragù en toe vroeg ik om een bombardino. Ook voor dit drankje heb ik een obsessie omdat ik het op de een of andere manier iconisch vindt. Het is een soort warm advocaatje met slagroom en wordt veel gedronken in wintersportgebieden. Ik dronk hem buiten met mijn voeten in de sneeuw en mijn gezicht in de zon. Beste dag ooit. Beter dan Narnia.

Next
Next

Midnight kip